Er zijn gevoelens die we liever niet voelen. Angst, verdriet, schaamte, het knagende gevoel dat je niet goed genoeg bent. Dus stoppen we ze weg. Diep in de kelder, deur op slot. Maar wat je wegstopt, verdwijnt niet. Het gaat alleen harder brullen.
Het monster in de kelder
Stel je voor: ergens in je huis is een kelder. En daar zit een monster. Je hoort het af en toe brullen, dus je doet de deur op slot, duwt je vingers in je oren en zingt heel hard “la la la”. Zolang je het niet hoort, bestaat het niet.
Dat monster is een beeld voor de pijn die we liever wegstoppen dan voelen. Niet lichamelijke pijn, maar psychologische pijn. Je voelt hem wel in je lijf: een zeurende buik, een brok in je keel, een steek bij je hart. En er hoort bijna altijd een gedachte bij, vaak een oude en bekende. Iemand zegt iets kritisch en je schiet meteen in dat oude gevoel: ik ben dom, ik schiet tekort, ik doe het weer fout.
Hoe we emoties wegstoppen
We zijn er allemaal goed in, elk op onze eigen manier:
- Afleiding zoeken. Telefoon pakken, iets opruimen, nog even door met werken.
- Bagatelliseren. “Stel je niet aan, het valt best mee.”
- Verdoven. Een glas wijn, eten, series, alles wat het gevoel even dempt.
- Wegredeneren. Het gevoel vervangen door een “betere” gedachte, voordat je het echt gevoeld hebt.
Het zijn allemaal pogingen om weg te blijven van wat er nu is. En als er iets onmogelijk is, is het wegblijven bij de werkelijkheid.
Waarom wegstoppen niet werkt
Achter het wegstoppen zit een stil idee: deze pijn hoort er niet te zijn. We zouden ons altijd goed moeten voelen. Maar dat is niet realistisch. Geen licht zonder donker, geen warm zonder koud.
Door de pijn steeds te ontkennen of ertegen te vechten, maken we hem groter. Het gevoel zelf was misschien een klein beestje. Het wegstoppen maakt er een monster van. En het monster blijft roepen, want het wil maar één ding: gezien en gehoord worden.
Emoties toelaten: de keldertrap af
Emoties toelaten klinkt eng, maar het is eenvoudiger dan je denkt. Je hoeft het gevoel niet op te lossen, te analyseren of weg te krijgen. Je hoeft er alleen bij te blijven.
- Merk op dat er iets is. Je hoeft nog niet te weten wat. “Er is iets” is genoeg.
- Zoek het op in je lichaam. Waar wringt, knelt of steekt het? In je buik, je keel, je borst?
- Blijf erbij, zonder verhaal. Laat de gedachten over het waarom even liggen. Voel alleen wat je voelt, alsof je voor het eerst kijkt.
- Wees mild. Behandel het gevoel zoals je een bang kind zou behandelen. Niet wegduwen, niet oplossen. Gewoon bij je houden.
Op het moment dat je de keldertrap afdaalt en het monster aankijkt, gebeurt er iets opvallends. Je haalt de pijn uit het verhaal over verleden en toekomst, en brengt hem naar het hier en nu. En daar blijkt hij kleiner dan gedacht. Het monster is hooguit nog een hondje dat vredig in slaap valt onder je aandacht.
Een meditatie om mee te beginnen
Dit is precies wat je oefent in een geleide meditatie: met aandacht bij je lichaam blijven, ook als het ongemakkelijk is. Zet je koptelefoon op en neem even de tijd.
Meer geleide meditaties voor rust en zelfinzicht vind je hier. Herken je vooral de strenge stem in je hoofd? Lees dan ook waarom van jezelf houden zo moeilijk is.
Merk je dat de pijn te groot is om alleen bij te blijven, of blijft hij lang hangen? Praat er dan met iemand over, bijvoorbeeld je huisarts. Je hoeft die kelder niet alleen in.


Comments are closed